EMDR

In een mensenleven komen vele trauma’s voor. Trauma’s als:

  • nare ervaringen
  • kwetsingen, 
  • teleurstellingen, 
  • onvoldoende behoeftvervulling in de kindertijd op onderdelen als koestering, warmte, begeleiding, steun, bevestiging en liefde
  • aanwijsbare trauma’s zoals bijvoorbeeld slachtoffer zijn van geweld, misbruik etc.


Om het bovenstaande te verwerken kunt u soms hulp gebruiken. Een behulpzaam middel is hierbij Sentirologie. Door het herplaatsen van herinneringen, het doorleven van het trauma en hierdoor  het verminderen van de bijbehorende klachten (concentratiestoornissen, emotionele en fysieke reacties) is  er vaak een merkbaar resultaat te ervaren.

Oude emoties en onbewuste (oude) pijn, veroorzaken vaak patronen in iemands leven. Niet alleen de oorsprong maar ook de betekenis wordt in de sessies achterhaald. Het proces dat op deze wijze ontstaat is diepgaand en helend. Ten behoeve van traumaverwerking maak ik gebruik van EMDR.

EMDR

EMDR is een intensieve methode om akelige ervaringen te verwerken. EMDR is een vorm van psychotherapie die verschillende succesvolle elementen van andere therapieën integreert in combinatie met een afleidende stimulus (het met de ogen volgen van de handen van de therapeut of bi-laterale audiostimulatie). Hierdoor wordt "het informatie-verwerkings-systeem in de hersenen" gestimuleerd.
Met EMDR is het niet nodig om jarenlang te praten over het verleden. Wel worden, door het stimuleren van het informatie-verwerkings-systeem, in een relatief korte tijd therapeutische doelen bereikt.
Hierbij veroorzaakt EMDR herkenbare veranderingen die ook na langere tijd blijven bestaan. De grootste kracht van EMDR is dat het de hersenen laat herstellen, in een tempo waarin het lichaam fysieke klachten geneest. Er bestaan inmiddels 17 gecontroleerde onderzoeken naar de effectiviteit van EMDR. Dit maakt EMDR op dit moment de meest geëvalueerde behandeling op het gebied van trauma

EMDR en mogelijke hulpvragen

EMDR kan worden toegepast bij:

  • Acute stress-stoornis (ASS)
  • Posttraumatische stress-stoornis (PTSS): m.n. type I trauma (eenmalige, schokkende gebeurtenis)
  • Traumagerelateerde problematiek (hup na een misdrijf, ongeval, getuige of slachtoffer zijn van geweld etc.)
  • Het verwerken van pijnlijke (jeugd) ervaringen (zoals een gebrek aan koestering, liefde, warme en empathie, ervaringen van verwaarlozing, mishandeling, misbruik)
  • Het verwerken en plaatsen van andere negatieve ervaringen en trauma's

EMDR kan een positieve invloed hebben op de volgende klachten:

Herbelevingen van de ervaring (bijv. onaangename herinneringen, nare dromen),  vermijdingsgedrag, verhoogde waakzaamheid,  stress,  schaamte of schuldgevoel,
depressieve stemming, piekeren, angst, paniek, agitatie, slecht zelfbeeld, slaapproblemen, onverklaarbare lichamelijke klachten, hevige oncontroleerbare emotionele gevoelens ervaren.

Werkwijze:

EMDR is een geprotocolleerde therapie, dat wil zeggen de therapie bestaat uit een aantal vast omschreven stappen.
1.    Traumatische herinnering
Cliënt wordt gevraagd het meest dramatische moment van de gebeurtenis ("target") in gedachten te nemen.

2.    Negatieve cognitie (NC)
Doel is het vaststellen van de disfunctionele opvatting. Veelal gaat het om cognities (gedachten, opvattingen) met thema's als zelfverwijt of schuld (bijvoorbeeld: "Ik heb gefaald" of "Het is mijn schuld"), zelfwaardering ("Ik ben waardeloos"), veiligheid ("Ik ben in gevaar") of verlies van controle (bijvoorbeeld: "Ik ben hulpeloos").

3.    Positieve cognitie (PC)
De cliënt wordt gevraagd een cognitie te formuleren die hij of zij in de toekomst zou wíllen geloven en die tegengesteld is aan de eerder geformuleerde negatieve overtuiging (bijvoorbeeld: "Ik heb gedaan wat ik kon" of "Ik ben de moeite waard"). In dit geval gaat het om een functionele opvatting over zichzelf als persoon, in relatie tot het target, met een sterke positieve gevoelswaarde, en die bovendien in staat is de geformuleerde negatieve overtuiging volledig te ondermijnen of te ontkrachten. Vervolgens wordt gevraagd de geloofwaardigheid van deze positieve uitspraak aan te geven. Dit gebeurt op een zogenaamde VOC (Validity of Cognitions) schaal, lopend van 1 ("voelt als volledig onwaar aan") tot en met 7 ("voelt als volledig waar aan").

4.    Gevoel
De cliënt wordt gevraagd de gebeurtenis, tezamen met de NC, in gedachten op te roepen en aan te geven welke emotie daarbij wordt gevoeld. Vervolgens wordt nagevraagd hoeveel spanning deze emotie oproept. De subjectief ervaren spanning wordt gescoord op een spanningsthermometer varierend van 0 ("geen spanning") tot en met 10 ("extreme spanning"), de zogenaamde SUD-schaal ('Subjective Units of Disturbance'). Tenslotte wordt gevraagd de plaats in het lichaam aan te geven waar deze spanning het sterkst wordt gevoeld.

5.    Desensitisatie
De cliënt laten concentreren op de herinnering, de NC en de bijbehorende lichamelijke sensaties. Daarna aanbieden van externe stimuli:

  • visueel: volgen van de vingers of hand van de therapeut (snelle oogbewegingen)
  • auditief: geluiden die afwisselend rechts en links worden aangeboden (koptelefoon) 
  • tactiel: "handtaps", therapeut tikt wisselend op de rechter en linker handpalm van de patiënt Wordt gebruik gemaakt van het induceren van oogbewegingen dan gebeurt dit in series ('sets' genoemd) van telkens ongeveer 25 oogbewegingen. Na elke set wordt de cliënt gevraagd wat er bij hem of haar naar boven is gekomen. De therapeut zal de cliënt vervolgens vragen zich daarop te concentreren, waarna een nieuwe set wordt uitgevoerd.

6.    Installatie
Het beeld wordt gekoppeld aan de PC van de nieuwe functionele betekenis aan het beeld door nieuwe oogbewegingen uit te voeren totdat de VOC is 6 of 7.

7.    Body scan
Nagaan of er ergens in het lichaam nog spanning aanwezig is. Zo nodig dit verder bewerken.

8.    Afsluiting

Alternatieve toepassing

EMDR wordt op een alternatieve wijze toegepast wanneer ervaringen worden verwerkt welke ‘oude pijn’ veroorzaken. We spreken hierbij niet van een recente aanwijsbare traumatische gebeurtenis maar vaak over jeugdervaringen waarbij niet voldoende tegemoet gekomen is aan de behoeften van de cliënt in de kindertijd. De ‘Oude pijn’ veroorzaakt ‘coping’ (copingsmechanismen zijn afweermechanismen om de oude pijn niet te hoeven voelen), deze coping zet men om in bijbehorend gedrag. (Men gaat bijvoorbeeld  situaties vermijden, heel hard werken, enorm zijn best doen, anderen de schuld geven van de situaties en gevoelens of gaat anders om met mensen dan gewenst etc.) De gevolgen van deze gedragingen (mensen wijzen je af, je prestatie mislukt, je voelt je uitgeput, waardeloos etc. ) leveren vaak juist weer gevoelens op dat doet denken aan de oorspronkelijke oude pijn. Welke weer wordt onderdrukt door de coping. De cirkel is rond.

Om uit deze cirkel te kunnen stappen is het noodzakelijk oude pijn te traceren, door te werken en te herplaatsen. Hierbij maakt Tessa gebruik van bilaterale auditieve stimulans. Door de werkzaamheid van de hersenen te vergroten, wordt het verwerkingsproces versneld. Men kan meer en betere verbanden leggen tussen de ervaren emoties en de onderliggende onbewuste jeugdervaringen. Men leert de oorsprong van de hevige emoties kennen en kan door middel van de speciaal hiervoor ontwikkelde vraagtechniek. De ervaring herplaatsen en de bijbehorende emoties verminderen.
De invloed van de ‘oude pijn’ vermindert enorm. Net zoals de gevolgen van een traumatische ervaring in intensiteit afnemen door EMDR verminderd de sensatie van de onbewust geworden Oude pijn enorm en is men vaak gemakkelijker in staat de oude pijn te (h) erkennen, te (her) plaatsen en zelfs op te lossen door geleide visualisaties.

De neiging om vanuit oude pijn in bepaald gedrag te schieten wordt hierdoor vermindert. Het is na het volgen van de EMDR sessie vaak raadzaam om de gedragspatronen vervolgens te leren herkennen door het toepassen van Sentirologie (waaronder herkenning van schema’s)

Resultaten

EMDR leidt ertoe dat de herinnering aan een traumatisch beeld vrij snel de emotionele lading verliest en het dus minder pijnlijk is om aan de gebeurtenis terug te denken. Negatieve beelden, disfunctionele cognities (gedachten, opvattingen) en negatieve emoties veranderen. Een belangrijk voordeel van EMDR is de relatief geringe belasting voor de cliënt. Zo is het in het geval van EMDR niet noodzakelijk dat cliënten hun ervaringen uitvoerig beschrijven of continu herbeleven.

Literatuur

Er is inmiddels een stevige wetenschappelijke ondersteuning wat betreft de werkzaamheid van EMDR bij de behandeling van PTSS. Er is zelfs meer onderzoek gedaan naar EMDR voor het verwerken van schokkende ervaringen dan naar andere vormen van therapie. Uit de resultaten blijkt dat cliënten (zowel volwassenen als kinderen) opmerkelijk goed op EMDR reageren. Al na drie tot vier zittingen is 80% van hen weer in staat om de normale dagelijkse bezigheden te verrichten; de gebeurtenis speelt niet langer een overheersende rol in hun leven.

 

Traumaverwerking